Categorieën
Interview

‘Omgevingsmanagement gelijkwaardig aan techniek’

Monica Melis, Dura Vermeer

De Omgevingswet komt eraan en daarmee is participatie van de omgeving binnen projecten straks wettelijk verankerd.

Is dat iets waar alleen opdrachtgevers mee van doen hebben? Monica Melis, vakgroepmanager Omgevingsmanagement bij Dura Vermeer, is overtuigd van niet. ‘In toenemende mate zijn bouwers nu al in de planfase van projecten betrokken en krijgen zij een steeds grotere rol in het betrekken van de omgeving bij het maken van die plannen. Met de Omgevingswet zal die rol alleen maar in belang toenemen.’

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum

Dura Vermeer wil de beste bouwer zijn op het gebied van omgevingsmanagement, vertelt Melis, die voor haar komst naar Dura Vermeer 15 jaar aan opdrachtgeverszijde werkzaam is geweest. ‘Vanuit die ambitie is het voor ons als bouwer cruciaal om de impact van de nieuwe Omgevingswet in kaart te brengen en daarop onze organisatie en onze werkprocessen in te richten. Bij de opdrachtgever staat omgevingsmanagement vaak hoger op de agenda dan techniek. Bij bouwers was dat in het verleden vaak andersom. Onze visie is dat omgeving en techniek een gelijkwaardige positie verdienen. Omgevingssensitiviteit hoort integraal onderdeel uit te maken van het DNA van bouwers en andere opdrachtnemers. Waarom? Ik geloof oprecht dat we daarmee meerwaarde kunnen creëren. Door in een vroeg stadium van het maken van plannen de dialoog met de burger en stakeholders aan te gaan, kun je een project net even mooier maken dan van tevoren bedacht is. De Omgevingswet dwingt die manier van werken af.’

‘Bij de opdrachtgever staat omgevingsmanagement vaak hoger op de agenda dan techniek. Bij bouwers was dat in het verleden vaak andersom. Onze visie is dat omgeving en techniek een gelijkwaardige positie verdienen.’

Lees verder onder het kader

Taskforce Omgevingswet en speerpunten

Om zich voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet en de ambitie ‘beste bouwer’ vorm te geven, heeft Dura Vermeer een multidisciplinair team ingesteld, vertelt Melis. ‘Per discipline – waaronder procesmanagement, contractmanagement, ecologie, verkeer – is een impactanalyse gemaakt: wat betekent die wet nou eigenlijk, wat gaat het voor ons veranderen? En: welke taken en rollen zien we voor ons als opdrachtnemer? Wat zijn de risico’s en kansen die de wet met zich meebrengt? Die analyses hebben we vervolgens integraal samengebracht en op basis daarvan is een roadmap opgesteld om straks voor alle veranderingen gesteld te staan.’

De speerpunten binnen die roadmap richten zich op:

  • de veranderingen op het gebied van vergunningsaanvragen;
  • de positionering van omgevingsmanagement binnen de organisatie – omgevingssensitiviteit zou deel moeten uitmaken van het DNA van een organisatie;
  • de wettelijke verankering van participatie binnen projecten.

‘Inmiddels heeft een analyse plaatsgevonden van projecten die begin 2022 op de markt komen. We zijn nu bezig daar een aanpak voor te formuleren. We zijn nog niet klaar, maar zijn goed op weg.’

Klantvraag en vraag van omgeving dieper doorgronden

Hoe werkt Dura Vermeer aan het creëren van een gelijkwaardige positie voor techniek en omgeving? Melis: ‘Wanneer we voorheen bijvoorbeeld met een tender aan de slag gingen, analyseerden we altijd eerst wat we gingen maken en wat dat betekende. Pas daarna keek het omgevingsmanagement ernaar: hoe gaan we het dan doen en wie zijn de stakeholders? Nu kijken we in feite door een dubbele bril – vanuit techniek én omgevingsmanagement – naar de voorkant: wat is de uitvraag en wat leeft nu eigenlijk in het gebied? Welke belangen spelen er allemaal? Hoe kijkt de omgeving naar een bepaald project en waar moeten we dan aan de voorkant van dat project al rekening mee houden? We proberen op die manier zowel de klantvraag als de vraag van de omgeving dieper te doorgronden en de vertaling te maken naar al onze werkprocessen.’

Twee-fasen contracten

Met de komst van de Omgevingswet zal de rol van opdrachtnemers binnen participatietrajecten sterk toenemen, stelt Melis. Overigens is dat een ontwikkeling die al langer zichtbaar is, maakt ze duidelijk: ‘We zien steeds vaker zogeheten twee-fasen contracten op de markt komen, ook vanuit Rijkswaterstaat en ProRail bijvoorbeeld. Niet in de laatste plaats om kennis uit de markt ‘in te pluggen’ in grote complexe ontwerpopgaven. Daarbij trekken opdrachtgever en opdrachtnemer – bijvoorbeeld in een bouwteamconstructie – gedurende de planfase gelijkwaardig en gezamenlijk op om tot een ontwerp te komen. Voorheen werden bouwers vaak pas bij de tweede fase – de realisatie van het ontwerp – betrokken. Je ziet dat de opdrachtnemer nu ook al in die eerste fase steeds meer het omgevingsmanagement op zich neemt.. Met de komst van de Omgevingswet komt daar nog een schepje bovenop. Op het moment dat je als bouwer kunt laten zien dat je daarvoor gesteld staat, denk ik dat je echt gelijkwaardig kunt optrekken en meerwaarde kunt bieden.’

Voorkomen dat ontwerpen niet optimaal zijn

Die meerwaarde zit in het betrekken van de omgeving én in het voorkomen van ontwerpen die niet optimaal zijn. ‘Nu gebeurt het soms dat we, wanneer we met de uitvoering van een project aan de slag gaan, nog veel mogelijkheden zien voor optimalisaties in een ontwerp’, vervolgt Melis. ‘Op het gebied van kosten, techniek en ook het verminderen van hinder voor de omgeving is dan soms nog veel winst te behalen. Dat betekent dan wel extra werk en extra geld. Een opdrachtgever is daar natuurlijk niet altijd blij mee. Wanneer opdrachtgever en opdrachtnemer de planfase als gelijkwaardige partners met elkaar doorlopen, kun je dat voorkomen. Dan kun je het ontwerp gezamenlijk aan de voorkant optimaliseren. Dat scheelt werk en dus tijd en geld.’

Niet meer praten in termen van ‘wij – zij’

Bovendien komt gezamenlijk optrekken de verhouding tussen de partijen ten goede. Melis: ‘Je bent dan samen verantwoordelijk geweest voor het intekenen van dat aanvankelijk lege witte vel. Wat me elke keer weer opvalt – ook vanuit mijn ervaring vanuit de opdrachtgeverskant – is dat we in termen van ‘wij – zij’ spreken. Ik zie opdrachtgever en opdrachtnemer graag dichter bij elkaar, als partners, en hoop dat we de kloof die er vaak nu bestaat, kunnen dichten. Waarom? We zijn uiteindelijk met dezelfde opgave bezig. Het gesprek dat we voeren moet gaan over wie het beste welke kwaliteit kan inzetten.’ Lees verder over de rolverdeling tussen opdrachtnemer en opdrachtgever.

‘Ik ben heel erg blij dat participatie wettelijk verankerd wordt. Niemand kan straks meer zeggen ‘we doen het er even bij.’

Empathisch digitaliseren

Gevraagd naar haar persoonlijke kijk op de komst van de Omgevingswet zegt Melis: ‘Ik ben heel erg blij dat participatie wettelijk verankerd wordt. Niemand kan straks meer zeggen ‘we doen het er even bij’. Ik denk dat de Omgevingswet organisaties dwingt om nog omgevingssensitiever te worden. Daarnaast denk ik dat de nieuwe wet het de burger gemakkelijker kan maken; zij kunnen bij één digitaal loket voor alles terecht wat met de fysieke leefomgeving te maken heeft.’ Ze plaatst daar echter wel een kanttekening bij: ‘De vraag is wel of iedereen daarmee ook uit de voeten kan. We moeten voorkomen dat mensen die digitaal wat minder goed meekunnen, buiten de boot vallen. Dat betekent onder meer dat het omgevingsmanagement contact met hen moet zoeken en hen moet ondersteunen. Ik denk dat het persoonlijk contact meer dan ooit belangrijk wordt.’

Deel jouw visie

Heb jij of je organisatie ook een interessante visie op de Omgevingswet? We komen dan graag in contact met je. Stuur ons een berichtje via het contactformulier, dan komen we zo snel mogelijk bij je terug.

Wij kunnen ook van jou leren. Deel je tips of reactie op dit verhaal.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.